Het is mij duidelijk wat de protocollen zijn op Piter Jelles Aldlan. Ik zou bijvoorbeeld daarom nooit een Torrent programma downloaden op een pc van Piter Jelles, maar Dropbox wel. Ook zou ik niet op Facebook gaan, maar bijvoorbeeld wel op MySchoolsNetwork.
Daarnaast ben ik geaboneerd op de nieuwsbrief van ThiemeMeulenhoff, waardoor ik ook mailtjes krijg met extra informatie en te downloaden software voor mijn lesmethode.

2. Ik kan voor aanvang van een les de benodigde ICT middelen op juiste werking getest hebben.
Op tijd aanwezig zijn om geluid te regelen zodat ik geen andere lessen verstoor. Ik doe altijd de gebruikte muis uit en plaats de pen van de Digibord terug in de oplader.
3. Ik kan bij storingen op de computer zodanig handelen dat de les er zo min mogelijk door wordt verstoord.
Als de computer vastloopt probeer ik altijd eerst Taakbeheer te starten via ctrl+alt+del. Als dat niet lukt haal ik iemand van de ICT afdeling. Als die het ook niet voor elkaar krijgt heb ik altijd een back up plan: ik heb altijd kopietjes van het werkboek voor leerlingen die geen boek bij zich hebben.
4. Ik ken de regels die gelden voor computergebruik op school, ik kan samen met collega's ICT gedragscodes ontwikkelen en deze uitdragen richting leerlingen.
Ik ken de schoolregels met betrekking tot ICT. Ik weet wat er van mij en van mijn leerlingen verwacht wordt omdat ik de schoolregels heb doorgenomen met mijn leerlingen. De ICT regels zijn vooral van belang omdat er dus gebruik gemaakt wordt van een digitale lesmethode.
Voorbeeld uit de schoolregels over de laptops:
"Laptops/Netbook
Het is de bedoeling dat de leerlingen dagelijks de gebruiksklare -lees: opgeladen- notebook mee naar school hebben. Op dagen dat de notebook bij geen engele les gebruitk wordt, kan de pc thuisblijven.
Om misverstanden te voorkomen zullen de docenten het aangeven als de computer de volgende les gebruikt wordt. De computers worden in de les uitsluitend gebruikt voor de opdracht zoals die door de docent is gegeven.
Als je toch iets anders doet met je laptop (bijvoorbeeld social networking zoals op MSN), dan kan de docent je opdragen de laptop/netbook af te sluiten en in je tas op te bergen. Mocht je hierdoor niet verder kunnen werken dan zul je dit werk thuis moeten inhalen. Met de docent maak je afspraken over het (eventueel) maken van huiswerk op de laptop/netbook. Ook maak je met de docent afspraken over het (eventueel digitaal) inleveren van verslagen en werkstukken die gemaakt zijn op een laptop/netbook/PC."
Ik kies vaak voor ICT middelen in mijn onderwijs omdat Piter Jelles Aldlan zich daar ook graag mee wil profileren. Voor leerlingen werkt dit ook heel prettig: ze kunnen flexibeler zijn in het inleveren van werk, ze kunnen makkelijker met docenten communiceren. Ook denk ik dat het heel belangrijk is om digitaal te werken, omdat de leerlingen van nu veel digitaler zijn.
6. Ik ben in staat om met behulp van de -onder instrumentele vaardigheden - genoemde softwarepakketten mijn lessen digitaal voor te bereiden.
Ik maak vooral bij handouts gebruik van Word en Excel. Hieronder een printscreen van een schrijfoefening die ik gemaakt heb ik Word.
7. Ik kan digitale leermiddelen inzetten om leerlingen te motiveren en stimuleren.
Ik heb met mijn klas meegedaan aan het Big Event op MySchoolsNetwork. De bijdrage van de leerlingen is ook meegerekend als cijfer voor hun rapport als schrijfopdracht. Omdat er sprake was van een echte prijsuitreiking waren de meeste leerlingen ook erg gemotiveerd.
Hierbij de bijdrage van mijn leerling Gijs:
8. Ik houd rekening met verschillen in niveau, interesse, leerstijl en werktempo van leerlingen bij het geven van opdrachten.
Ik ken mijn leerlingen: ik weet wie er dyslectisch
is, wie er ADHD heeft en wie er autistisch is bijvoorbeeld. Dyslectische
leerlingen en de leerling met ADHD mogen bijvoorbeeld hun boekverslagen
mondeling doen, zodat schrijfvaardigheid niet ook nog getest wordt. Verder houd
ik mij natuurlijk aan het dyslexie protocol. Er is helaas geen protocol voor
ADHD of autisme, maar ik probeer voor deze leerlingen de structuur van de les
zo duidelijk mogelijk te maken: ik vertel wat de doelen van de les zijn en kom
daar steeds op terug, zodat ze weten wat ze te wachten staat. Verder weet ik
dat ik de autistische leerling niet zomaar bijvoorbeeld een stuk moet laten
lezen, omdat ze daar van in paniek raakt. Hier houd ik rekening mee.
Aan de structuur in mijn lessen moet ik nog wel
werken. Dit maak ik op uit de feedback die ik heb gekregen van Lianne, de
autistische leerling. Zij mist dit soms in mijn lessen en dat is voor mij een
heel duidelijk signaal dat ik hier verder mee moet gaan.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten