woensdag 23 mei 2012

4. Arrangeren en ontwikkelen

1. Ik maak gebruik van diverse vindplaatsen van digitaal leermateriaal en ben in staat om hieruit mijn eigen (digitale, interactieve) leereenheid te arrangeren.

Voor het vinden van lesmateriaal maak ik gebruik van Wikiwijs en van de website van de BBC. Verder maak ik heel veel gebruik van Google als ik iets wil vinden, waardoor ik bijvoorbeeld op deze site terecht kwam. Het Engels is niet allemaal even goed, maar de opdrachten zijn soms wel bruikbaar. Op Prezi kan je ook zoeken naar presentaties van andere mensen, deze zijn soms ook bruikbaar.

Ook ben ik net begonnen met Pinterest, daar zie ik ook wel eens leuke onderwijszaken voorbij komen, zoals hieronder te zien is ;)


2. Ik ontwikkel leermateriaal voor een digitale omgeving waarbij ik rekening houd met verschillen in niveau, interesse en tempo en wijze van leren en ontwikkelprincipes voor digitaal leermateriaal.
De Prezi in boekvorm over Roodkapje heb ik zelf gemaakt. Ik heb deze Prezi gebruikt als leesvaardigheids- en spreekvaardigheidsoefening. Later heb ik hem gebruikt om leerlingen adjectives en adverbs te laten zoeken.


3. Ik ben op de hoogte van regels die gelden voor copyright en ben bekend met diverse copyrightmodellen (bijvoorbeeld: ©, public domain, creative commons, Wikimedia commons, GNU).

Om te laten zien dat ik hiervan op de hoogte ben heb ik een korte Prezi gemaakt.

3. Algemene didactiek

1. Ik kan de benodigde hard- en software organiseren, rekening houdend met de procedures binnen de school.
Het is mij duidelijk wat de protocollen zijn op Piter Jelles Aldlan. Ik zou bijvoorbeeld daarom nooit een Torrent programma downloaden op een pc van Piter Jelles, maar Dropbox wel. Ook zou ik niet op Facebook gaan, maar bijvoorbeeld wel op MySchoolsNetwork.

Daarnaast ben ik geaboneerd op de nieuwsbrief van ThiemeMeulenhoff, waardoor ik ook mailtjes krijg met extra informatie en te downloaden software voor mijn lesmethode.






2. Ik kan voor aanvang van een les de benodigde ICT middelen op juiste werking getest hebben.
Op tijd aanwezig zijn om geluid te regelen zodat ik geen andere lessen verstoor. Ik doe altijd de gebruikte muis uit en plaats de pen van de Digibord terug in de oplader.  


3. Ik kan bij storingen op de computer zodanig handelen dat de les er zo min mogelijk door wordt verstoord.

Als de computer vastloopt probeer ik altijd eerst Taakbeheer te starten via ctrl+alt+del. Als dat niet lukt haal ik iemand van de ICT afdeling. Als die het ook niet voor elkaar krijgt heb ik altijd een back up plan: ik heb altijd kopietjes van het werkboek voor leerlingen die geen boek bij zich hebben.

4. Ik ken de regels die gelden voor computergebruik op school, ik kan samen met collega's ICT gedragscodes ontwikkelen en deze uitdragen richting leerlingen.
Ik ken de schoolregels met betrekking tot ICT. Ik weet wat er van mij en van mijn leerlingen verwacht wordt omdat ik de schoolregels heb doorgenomen met mijn leerlingen. De ICT regels zijn vooral van belang omdat er dus gebruik gemaakt wordt van een digitale lesmethode.

Voorbeeld uit de schoolregels over de laptops:
"Laptops/Netbook

Het is de bedoeling dat de leerlingen dagelijks de gebruiksklare -lees: opgeladen- notebook mee naar school hebben. Op dagen dat de notebook bij geen engele les gebruitk wordt, kan de pc thuisblijven.
Om misverstanden te voorkomen zullen de docenten het aangeven als de computer de volgende les gebruikt wordt. De computers worden in de les uitsluitend gebruikt voor de opdracht zoals die door de docent is gegeven.
Als je toch iets anders doet met je laptop (bijvoorbeeld social networking zoals op MSN), dan kan de docent je opdragen de laptop/netbook af te sluiten en in je tas op te bergen. Mocht je hierdoor niet verder kunnen werken dan zul je dit werk thuis moeten inhalen. Met de docent maak je afspraken over het (eventueel) maken van huiswerk op de laptop/netbook. Ook maak je met de docent afspraken over het (eventueel digitaal) inleveren van verslagen en werkstukken die gemaakt zijn op een laptop/netbook/PC."    

5. Ik kan ICT middelen in verschillende, daarvoor geschikte, onderwijssituaties/-activiteiten gebruiken en mijn keus beredeneren.
Ik kies vaak voor ICT middelen in mijn onderwijs omdat Piter Jelles Aldlan zich daar ook graag mee wil profileren. Voor leerlingen werkt dit ook heel prettig: ze kunnen flexibeler zijn in het inleveren van werk, ze kunnen makkelijker met docenten communiceren. Ook denk ik dat het heel belangrijk is om digitaal te werken, omdat de leerlingen van nu veel digitaler zijn.
6. Ik ben in staat om met behulp van de -onder instrumentele vaardigheden - genoemde softwarepakketten mijn lessen digitaal voor te bereiden.

Ik maak vooral bij handouts gebruik van Word en Excel. Hieronder een printscreen van een schrijfoefening die ik gemaakt heb ik Word.




7. Ik kan digitale leermiddelen inzetten om leerlingen te motiveren en stimuleren.

Ik heb met mijn klas meegedaan aan het Big Event op MySchoolsNetwork. De bijdrage van de leerlingen is ook meegerekend als cijfer voor hun rapport als schrijfopdracht. Omdat er sprake was van een echte prijsuitreiking waren de meeste leerlingen ook erg gemotiveerd.

Hierbij de bijdrage van mijn leerling Gijs:



8. Ik houd rekening met verschillen in niveau, interesse, leerstijl en werktempo van leerlingen bij het geven van opdrachten.

Ik ken mijn leerlingen: ik weet wie er dyslectisch is, wie er ADHD heeft en wie er autistisch is bijvoorbeeld. Dyslectische leerlingen en de leerling met ADHD mogen bijvoorbeeld hun boekverslagen mondeling doen, zodat schrijfvaardigheid niet ook nog getest wordt. Verder houd ik mij natuurlijk aan het dyslexie protocol. Er is helaas geen protocol voor ADHD of autisme, maar ik probeer voor deze leerlingen de structuur van de les zo duidelijk mogelijk te maken: ik vertel wat de doelen van de les zijn en kom daar steeds op terug, zodat ze weten wat ze te wachten staat. Verder weet ik dat ik de autistische leerling niet zomaar bijvoorbeeld een stuk moet laten lezen, omdat ze daar van in paniek raakt. Hier houd ik rekening mee.

Aan de structuur in mijn lessen moet ik nog wel werken. Dit maak ik op uit de feedback die ik heb gekregen van Lianne, de autistische leerling. Zij mist dit soms in mijn lessen en dat is voor mij een heel duidelijk signaal dat ik hier verder mee moet gaan.

2. Informatievaardigheden

1. Ik kan voor leerlingen geschikte en betrouwbare digitale leerbronnen selecteren, passend bij hun leeftijd, sociaal-emotionele en morele ontwikkeling.

Ik maak vaak gebruik van de website van de BBC omdat ik dit een zeer betrouwbare site vind. Verder maak ik gebruik van de website die hoort bij de lesmethode.

Ook de Film Education site vind ik heel handig, zij selecteren opdrachten bij films op leeftijd en dat vind ik zelf soms nog wel moeilijk.

Als ik bronnen selecteer lees ik ze altijd eerst zelf door en soms pas ik ze dan aan.


Ik probeer mijn lessen zo veel mogelijk af te stemmen op de belevingswereld van mijn leerlingen door gebruik te maken van nieuwe ICT toepassingen. Ook verwerk ik vaak muziek die de leerlingen kennen in mijn lessen. Ook zaken die in het nieuws zijn geweest komen regelmatig voorbij.

Bewijs: Prezi met een kerst pubquiz voor de laatste les voor de vakantie

2. Ik kan sites beoordelen op betrouwbaarheid en authenticiteit en het belang hiervan overbrengen op mijn leerlingen.

Ik heb laatst twee lessen besteed aan het fenomeen 'Kony 2012'. In de eerste les heb ik mijn leerlingen de video laten zien. Hierbij had ik vragen opgesteld, waardoor het een luisteroefening werd. Daarna hebben we een klassengesprek gevoerd over de video. Alle leerlingen vonden het heel erg en wilden meehelpen aan de actie.

De volgende les heb ik ze verder onderzoek laten doen naar de organisatie achter Kony 2012. Tot grote schrik van de leerlingen kwamen ze er ineens achter dat de video een vertekend beeld geeft van de situatie.

Tot slot heb ik ze uitgelegd dat ik het met opzet op deze manier heb aangepakt. Ik heb ze verteld dat ze nooit klakkeloos dingen moeten geloven en dat ze altijd nader onderzoek moeten doen voor ze een mening vormen. Alle informatie op internet is vindbaar en bereikbaar, ze moeten er alleen wel open voor staan om te zoeken.

Ook heb ik mijn leerlingen een checklist gegeven waarmee ze zelf de betrouwbaarheid van een website kunnen testen. Deze checklist had ik gevonden op Kennisnet.

3. Ik kan leerlingen leren om informatie doelmatig en doeltreffend te zoeken en te vinden.

Les over informatievaardigheden aan de hand van de Bright Birds powerpoint.

4. Ik kan leerlingen kan wapenen tegen de risico's van internetgebruik.

Vorig jaar wilde ik een les geven waarbij de leerlingen hun laptops moesten gebruiken en op internet zouden gaan. Helaas lag de server op Aldlan plat en ging dat niet door. Het vervelende voor mij was echter dat ik mijn boeken niet had meegenomen. Ik moest dus improviseren... Ik hoorde twee meisjes praten over een documentaire over loverboys die ze de avond ervoor hadden gezien.

Hier heb ik toen een klassengesprek over gevoerd met mijn leerlingen en dit gesprek ging al snel over internetveiligheid. Ik vertelde aan mijn leerlingen dat ik ze wel eens heb opgezocht en dat ik op die manier allerlei dingen te weten ben gekomen. Wat nou als ik kwaad in zin had en besloot om de informatie die ik gevonden had tegen ze te gebruiken? Hier hadden ze nog nooit echt over nagedacht vertelden de leerlingen. Daarna kwamen de leerlingen zelf met voorbeelden (vooral de meisjes) van jongens/mannen die zich uit het niets hadden aangemeld als vriend op bijvoorbeeld Hyves of Facebook en dit vonden ze toch een beetje raar.

Ik heb dit jaar weer een keer gekeken en ben tot de conclusie gekomen dat alle leerlingen die ik vorig jaar les heb gegeven, hun profielen inmiddels hebben afgeschermd. De nieuwe leerlingen hebben hun profiel gewoon zichtbaar voor iedereen.

1. Instrumentele vaardigheden

De volgende ICT vaardigheden kan ik aantonen met de certificaten die ik gekregen heb voor mijn Digitaal Rijbewijs op de NHL:

1. Ik beschik over algemene kennis van ICT en de vaardigheden ten aanzien van bestandsbeheer.

2. diverse hardware (beamer, digitaal schoolbord, digitale foto/videocamera) kan bedienen en aansluiten op de computer
3. Ik kan omgaan met een tekstverwerker

4. Ik kan werken met een spreadsheetprogramma

5. Ik kan werken met presentatiesoftware;

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

6. Ik kan mijn weg vinden op het web (internet) en kan omgaan met digitale communicatiemiddelen

Ik kan e-mailen, ik ben op Facebook, Twitter en Tumblr en ik schrijf nu deze blog.

7. Ik kan foto’s, video’s en audio digitaal maken en bewerken
Op mijn Youtube kanaal zijn filmpjes te vinden die ik zelf gemaakt en bewerkt heb.

Hieronder een foto van Central Park, voor en na bewerking met Microsoft Picture Manager.




8. Ik kan werken met de elektronische leeromgeving, (leerling gerelateerde) administratieve systemen, (educatieve) software, portfoliosoftware, toetsservicesystemen.

Ik kan mijn weg vinden op Blackboard en ik heb dossiers geupload naar e-folio en open elo. Ik moet bekennen dat ik e-folio wel heel ingewikkeld en onoverzichtelijk vind.  

Ik kan een digitale toets maken via open-elo.









Verder werk ik op Piter Jelles met SOM, ons leerlingvolgsysteem.






9. Ik kan werken met een arrangeertool voor digitaal leermateriaal.

Ik arrangeer mijn eigen hoofdstukken via de digitale lesmethode Xchange.

0. Attitude

1. Ik maak zelfstandig, creatief, maar kritisch gebruik van mogelijkheden van ICT in het onderwijs.

Voor de lessen die ik geef op Piter Jelles Aldlan maak ik gebruik van een digi bord en een digitale lesmethode. Als aanvulling hierop maak ik gebruik van Prezi (zoals deze over Finding Neverland) en andere digitale opdrachten buiten het boek om zoals webquests. Verder gebruik ik de computer om leerlinggegevens bij te houden.

2. Ik ben flexibel in het gebruik van ICT en onderwijs.
Ik maak tijdens mijn les regelmatig gebruik van websites als Google en Wikipedia. Ook is het mogelijk om eigen materiaal toe te voegen aan de lesmethode, hier maak ik ook regelmatig gebruik van.

3. Ik zoek samenwerking met collega’s die in een vergelijkbare situatie rondom ICT en onderwijs verkeren.

Ik werk samen met mijn collega Fokke Tros op Piter Jelles Aldlan. Verder vraag ik vaak om feedback van mijn medestudenten.









4. Ik ben op de hoogte van ontwikkelingen op het gebied van ICT en onderwijs.

Ik hou de ontwikkelingen op het gebied van ICT goed in de gaten. Ik vind het zeer interessant om mezelf te vernieuwen en om mijn leerlingen qua ICT een stapje voor te blijven. Zo maakte ik eerst gebruik van Powerpoint, maar veel leerlingen zijn hier al aan gewend. Toen ik overstapte op Prezi wist ik de aandacht weer beter te vangen met mijn presentatie.

Verder kijk ik regelmatig op bijvoorbeeld Leraar-24 om te kijken of ik daar nieuws kan vinden.


5. Ik ben in staat om binnen mijn concrete werksituatie te reflecteren op mijn eigen handelen en de vorderingen van leerlingen

Op Piter Jelles maken wij gebruik van een digitaal leerlingvolgsysteem. Hiermee kan ik in bijhouden wat voor cijfers mijn leerlingen halen, of ze hun huiswerk hebben gemaakt. Ook kan de aan- en afwezigheid van leerlingen geregistreerd worden en kunnen er notities gemaakt worden in zorgdossiers. De vorderingen van de leerlingen kan ik dus zeer goed bijhouden.

Voor mijn eigen handelen maak ik gebruik van 360 graden feedback zoals ook vermeld in mijn portfolio voor het LiO bekwaam assessment.